Vrijwillige bijdrage scholen vaak afgedwongen

Aanscherping wet vrijwillige bijdrage blijkt papieren tijger

Iedere ouder met schoolgaande kinderen mag een vrijwillige schoolbijdrage betalen, voor activiteiten zoals schoolreisjes of excursies. Hoe komt het dan dat de meeste ouders zich gedwongen voelen deze bedragen, die soms aardig in de papieren lopen, te betalen?

  

De nieuwe aangescherpte regels van de wet, verscherpt om ervoor te zorgen dat er geen kinderen buiten de boot vallen om financiële reden, worden niet nageleefd en er wordt vervolgens niks gedaan met de meldingen die binnenkomen bij wethouders. Wat doen die mensen dan de hele dag van ons gezamenlijk belastinggeld? Als ik een timmerman inhuur, doet die gewoon zijn werk. Ambtenaren schijnen niet te snappen dat ze ook de handen uit de mouwen mogen steken.

Scholen kunnen vooralsnog rustig de wet aan hun laars lappen en niet vermelden dat de bijdrage, die, om iedereen gelijke kansen te geven mee te kunnen gaan met de rijke rest, geheel vrijwillig is. En wordt er niet betaald, dan stuurt de school doodleuk betalingsherinneringen.

Laten we bovendien ook eens stilstaan bij het nut van een aantal dure activiteiten. Allereerst zou ik denken dat je kinderen naar school gaan om iets te leren. Laten we dan beginnen met: dat wat ver en duur is, is niet vaak beter. Bijvoorbeeld: Een activiteit zoals kennismaking met de klas hoeft niet een meerdaagse logeerpartij op een eiland te betekenen. Op de fiets van Groningen naar de Hoornse Plas kan ook. Ben je 's avonds weer thuis.

 

====================================================================================================

 

 

Vrouwen hoeven geen muziekles

Bij ons thuis hadden we vroeger een accordeon. Iedereen pingelde er wel wat op, behalve dan mijn moeder, die beweerde het niet te kunnen. In de familie zaten verscheidene accordeonisten, blazers en een slagwerker. Op school werd  blokfluitles gegeven en in het dorp was er de fanfare.  Die oubolligheid van vroeger (welke ik zo graag wilde ontvluchten) lijkt nu een walhalla vergeleken bij de muziekcultuur waarin onze kinderen moeten opgroeien. Muziek is er niet meer voor de gezelligheid, maar is een doel geworden om verder te komen op de beroemdheidsladder. Helaas komt deze wedstrijdmentaliteit niet alleen bij professionele muzikanten voor, maar is de hele samenleving er dusdanig mee besmet dat veel kinderen al niet eens meer met muziek willen beginnen uit faalangst.

 

Bij de groep kinderen die wel op muziekles gaat is er een groot aantal dat de muziekles vroegtijdig verlaat. Er wordt teveel naar progressie en talent gekeken.  Het zit niet in ons denken om tevreden te zijn met de ontspanning of lol die je kunt hebben bij het muziekmaken.

Mogelijke oorzaken van mislukte muziekles zijn: de ouders willen het voor hun kind, te jong beginnen, slechte leraren, streberige ouders die zeuren over te weinig oefenen of ouders die niet (kunnen) zorgen dat de kinderen regelmatig op de les komen. Tenslotte kan gebrek aan muziek in de omgeving - klasgenoten, vriendjes of vriendinnetjes die muziek maken- een rol spelen.

Stoppen voordat je je instrument echt hebt leren kennen en voldoening uit het musiceren kunt halen, betekent voor veel kinderen dat ze nooit meer een instrument ter hand nemen.  De kans dat er later een trompet of een gitaar of accordeon in huis rondslingert voor de kinderen van deze teleurgestelde muziekleerlingen wordt dan ook erg klein. In ons gezin gaat momenteel een oude gitaar van hand tot hand. Iedereen speelt erop, behalve mijn vrouw, die zegt dat ze dat niet kan.

 

 

Geen eenheidsworst op de lokale podia                         

Kleinere podia met onbekende muziek moeten het opnemen tegen grote evenementenorganisaties met bekende sterren. Muziekliefhebber Wim Venema is desondanks optimistisch over de toekomst van de regionale livemuziek: ‘Veel jongere muziekliefhebbers en muzikanten zijn slim genoeg om lokaal muziek te gaan beleven.’

Wat is er mooier dan een optreden in de buurt, waar een kaartje hooguit een paar tientjes kost, het kleinschalig en gezellig is, waar je na een paar concerten herkend wordt en de drankjes betaalbaar zijn. Dan moet je het lokaal zoeken.

Kiezen                                                                                                                                                                                                        Soms komt er een band naar Nederland die je graag wilt zien, maar een ticket  voor bijvoorbeeld The Red Hot Chili Peppers kost minstens 155 euro, en dan sta je echt niet vooraan. Bovendien moet je voor de meest grote concerten ver rijden en is een drankje of hapje niet te betalen, dat wil zeggen: als je het er tenminste voor over hebt om een uur in de rij te staan. Je wordt omringd door duizenden filmende mensen die  op de social media willen laten zien dat ze bij iets groots zijn geweest. Vreselijk, de moderne muziekbeleving. Het is duidelijk dat er een keuze moet worden gemaakt. Je kunt je geld maar één keer uitgeven en je vrije tijd maar één keer besteden. Ik kies voor lokaal.

Nut en toekomst                                                                                                                                  De laatste jaren zijn er al veel plekken waar muziek werd gemaakt failliet gegaan. Te weinig publiek. De lokale podia worden in hun bestaan bedreigd. Als die omvallen is er geen toekomst meer voor lokale bands en -initiatieven. Als dat gebeurt sterft ook langzaam de behoefte om muziek te maken. Jongeren komen dan niet meer in aanraking met diverse, onbekende live muziek. Dat betekent dat er alleen nog maar de overbekende ‘sterren’ overblijven. Voor ons dus geen kaartjes voor RHCP, maar wij gaan met 9 mensen in een busje naar Podium Van Slag in Borger, voor 180 euro samen (in plaats van 1395 euro!) De band heet Catfish en komt uit Engeland en is onbekend en dus onbemind. We gaan het live meemaken zonder dranghekken en security en ik laat uiteraard mijn mobieltje thuis.